Vaak ziet men teams als bestaande uit mensen. Een team wordt dan gedefinieerd als een verzameling mensen met een gezamenlijke taak of opdracht. En met gezamenlijk ervaren leiderschap, voegen wij er vaak aan toe, met dank aan onze opleider Piet Weisfelt (Weisfelt, 2017), om duidelijk te maken dat er in teams meestal twee rollen aanwezig zijn: leiders en leden.
Ook wanneer de leiderschapsrol niet of niet helder gedefinieerd is, treedt vaak leiderschap op; informeel leiderschap noemen we dat.
Tussen al deze mensen in een team bestaat er interactie, er zijn relaties aanwezig tussen alle teamleden (inclusief teamleider). Het aantal onderlinge relaties overstijgt meestal het aantal teamleden: in een team van drie zijn er drie relaties, in een team van vier al zes en in een team van acht mensen zijn 28 één-op-één relaties aanwezig, en dus ook 28 verschillende interacties mogelijk.
Inzicht gevend is de volgende gedachten-opdracht in een team:
Ga staan in een cirkel. Stel je voor dat één van jullie een klosje touw in zijn of haar handen heeft. Deze houdt het uiteinde van het touw vast en gooit het klosje naar iemand anders toe. Deze vangt het klosje, pakt ook het touw vast en gooit het klosje naar weer iemand anders. De touwen tussen de handen worden (licht) op spanning gehouden. Dit gaat zo door tot ieder teamlid met het touw verbonden is met alle andere teamleden. Precies op spanning, niet te strak en ook niet te licht.
Stel je nu voor dat één van de teamleden één van de touwtjes laat vieren. Wat doet dit met de mate van spanning met alle andere touwtjes. En stel je ook voor dat iemand harder aan een van de touwtjes in zijn handen trekt, wat doet dat in het team?
Kijkend naar mensen die deelnemen aan trainingen, (team)coaching, workshops en masterclasses, kun je steeds drie niveaus onderscheiden:
- Het persoonlijke (individuele) niveau: wat zegt of doet iemand? Hoe doet ie wat ie doet? Wat is z’n gedrag?
- Het relationele niveau: hoe vindt de interactie plaats tussen (twee of meer) mensen? Hoe wordt op elkaar gereageerd?
- Het systemische niveau: wat zijn de gedragspatronen in dit team? Wat is er in de geschiedenis gebeurd, waar deze patronen uit voortgekomen zijn?
Deze drie niveaus zijn altijd alle drie tegelijk aanwezig.
In dit blog zoomen we met name in op het tweede, het relationele of interactionele, niveau.
In onze samenleving, zoals deze zich vanuit de geschiedenis ontwikkeld heeft, is het een gewoonte geworden om vooral naar het individuele niveau te kijken. Door de wereld terug te brengen tot (min of meer losse) elementen, is er een enorme ontwikkeling in de wetenschap op gang gekomen welke ons veel vooruitgang gebracht heeft.
Het is tot het heersende paradigma (= fundamenteel kijkkader) geworden, ongeveer sinds het begin van de 16e eeuw. Alle grote gehelen werden opgesplitst in kleinere elementen. Dit kwam tot uitdrukking in het atoommodel van Bohr, de ontdekking van cellen in levende materie en van individuele sterren in melkwegstelsels.
Ook hebben we naar teams leren kijken vanuit deze reductionistische blik: een verzameling individuen. Dan spreken we bij voorbeeld over ‘de rotte appel’ in een team. Los van de denigrerende toon van deze uitdrukking, wordt daarmee over het hoofd gezien dat het gedrag van een individu altijd óók beïnvloed wordt door de omgeving, de overige teamleden en de organisatie in zijn geheel. En omgekeerd. Als het disfunctionele gedrag van deze ene mens in het team niet begrensd wordt en deze ‘een rotte appel’ wordt, houden de overige teamleden en de grotere organisatie dit (in de onderlaag, grotendeels onbewust) mede in stand.
We leven nu in een tijdperk waarin (met in de hoofdrol de natuurwetenschappen) dit individualistische en reductionistische paradigma verlaten wordt en een meer relationele kijkwijze wordt omarmd. Met name vanuit de kwantummechanica is de individu-gerichte benadering niet langer houdbaar (Bohm, 2002; Rovelli, 2021). De waarnemer speelt een belangrijke rol in datgene dat waargenomen wordt, is een van de kernen van de kwantummechanica, zoals deze ruim 100 jaar geleden is ontdekt.
Je bent nooit alleen maar een afstandelijke waarnemer. Jij doet ertoe!
In ons Handboek professionele schoolcultuur geven we een heldere definitie van wat cultuur is: het gedrag dat mensen in een groep, team of organisatie met elkaar delen. Het gaat dus over het (grotendeels onbewuste) gedrag dat in een groep mensen gedeeld wordt. ‘Zo doen wij het hier’, is de basisopdracht die (vaak onbewust en onuitgesproken) gegeven wordt aan een nieuwe medewerker. Immers: Je hoort er pas bij als je doet zoals wij.
Hiermee is dit woord ‘cultuur’ geworteld in het nieuwe paradigma sinds de ontdekking van de kwantummechanica over hoe de werkelijkheid eruitziet: de interactie tussen de delen is wezenlijker dan de losse onderdelen zelf.
Ook de term ‘Collective Teacher Efficacy’ verwijst naar het belang van het kijken met de blik op het collectief, het grotere geheel. Zoals Saloua Charif in haar boekje Een verborgen dynamiek binnen de school, gebaseerd op het wetenschappelijke werk van Albert Bandura in de laatste twee decennia van de vorige eeuw, over de term collective efficacy schrijft: De gedeelde perceptie die een lerarenteam heeft over het gezamenlijke vermogen om een positieve invloed uit te oefenen op de voorgang van leerlingen. En ook: de gezamenlijke bekwaamheid om bepaalde gestelde doelen te verwezenlijken.
Hieruit komt de bredere visie op het begrip ‘onderwijskwaliteit’ zoals beschreven in Freriks & Galenkamp (2025) naar voren: uiteindelijk staat of valt deze bij een professionele omgangscultuur, waarin ALLE gedrag van de volwassenen in en rond de school bijdraagt aan de doelen van de school én aan welbevinden van allen. En waarin gedrag dat strijdig is hiermee, effectief wordt begrensd mét behoud van relatie. Deze laatste toevoeging is wezenlijk, ook al wordt die soms vergeten.
Wanneer we dus de relationele benadering van de kwantummechanica doortrekken naar het dagelijkse schoolleven, gaan we een meer omvattende blik hanteren zoals deze naar voren komt in het nieuwe, juistere paradigma van de werkelijkheid.
Literatuur:
Bandura, A. (1977). Self-efficacy: toward a unifying theory of behavioral change.
In: Psychological Review 84(2), 191.
Bohm, D. (2002). Wholeness and the Implicate Order. Taylor & Francis.
Charif, S. (2024). Een verborgen dynamiek binnen de school. Over de invloed van Teacher Self-efficacy & Collective Teacher Efficacy op de kwaliteit van ons onderwijs. SC Consultancy.
Freriks, M. & Galenkamp, H. (2025). De problematische term kwaliteitszorg. BSM 5 (2025).
Galenkamp, H & Schut, J.P. (2024). Handboek professionele schoolcultuur. Focus op koers en gedrag. PICA.
Rovelli (2021). Helgoland. Het verhaal van de kwantumfysica, de ingrijpendste wetenschappelijke revolutie aller tijden. Prometheus.
Weisfelt, P. (2017). De geheimen van de groep. Het proces van het systeem en de consequenties voor individu, groep en organisatie. Boom.